De belangrijkste ontwikkelingen in de alternatieve kredietverlening

0
878

Woensdag 4 januari 2017 NN Investment Partners

In de meeste sectoren, waaronder de financiële dienstverlening, zijn de onderlinge samenhang en afhankelijkheid in de laatste tien jaar toegenomen. Digitale transformatie gaat gepaard met nieuwe businessmodellen.

Door Gabriella Kindert, Hoofd Alternative Credit bij NN Investment Partners

Sinds de crisis van 2008 tot nu is er 19 miljard euro geïnvesteerd in fintech-bedrijven (CB Insight, 2016), waarvan er honderden nieuw zijn opgericht. Afgezet tegen het balanstotaal in de hele financiële sector (EUR 28 biljoen) of de boetes die sommige banken onlangs moesten betalen lijkt dit misschien niet zo veel, maar er veranderen veel facetten in het landschap van de financiële dienstverlening. De klantverwachtingen zorgen voor veranderingen in businessmodellen. Er ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden en nieuwe manieren om kredietnemers en geldschieters samen te brengen.

In dit artikel geef ik mijn mening over recente ontwikkelingen in de alternatieve kredietverlening in Europa en doe ik enkele belangrijke voorspellingen voor 2017.

1. Banken krimpen hun balansen verder in en investeren in nieuwe businessmodellen en partnerschappen

Europa is sterk afhankelijk van banken. Om het ecosysteem voor de kredietverlening te beoordelen, kijk ik daarom altijd eerst naar wat de banken doen. Banken hebben hun balansen laten slinken sinds de crisis. In 2008 bedroegen de totale activa van de banken in de eurozone EUR 33 biljoen en in 2015 was dit gedaald tot EUR 28 biljoen (ECB, 2016). Om een en ander in perspectief te plaatsen: die krimp is groter dan de gecombineerde balans van de vijf grote banken (Rabobank, ING, ABN AMRO, Deutsche Bank en Unicredit) per 30 juni 2016.

fig1-nn-investment

Wat betreft winstgevendheid liet dit jaar niet echt een verbetering zien. De rentes bleven laag, de kapitaaleisen werden strenger en de compliance regels en boetes blijven een stevig stempel op de banken drukken.

In de financiële sector lieten veel cijfers in de eerste zes maanden van 2016 dalende trends zien, zoals de omzet en deposito’s. De netto rentemarge van de 10 grootste beursgenoteerde banken nam verder af tot minder dan 1,5%. Dit is structureel lager dan in de VS. Het rendement op eigen vermogen bedroeg 5,8%, hetgeen nog steeds lager is dan de kapitaalkosten, die worden geschat op ongeveer 9%. De aanhoudende lage winstgevendheid is een grote uitdaging, vooral omdat dit samenvalt met een laag eigen vermogen en toenemende kapitaaleisen.

Wat betreft vooruitzichten: het kwantitatieve versoepelingsprogramma wordt verlengd, dus een renteverhoging laat voorlopig op zich wachten. Dit klimaat dwingt banken efficiënter om te gaan met al hun belangrijke middelen: mensen, kantoren, systemen en de balans. In de praktijk betekent dit dat zij vestigingen moeten sluiten, het aantal werknemers moeten terugbrengen, verder moeten consolideren en een strikter balansbeheer moeten voeren. Vanaf het toppunt van 2008 tot 2016 zijn meer dan 350.000 banen verdwenen. Dit lijkt veel, maar tussen 2000 en 2008 kwamen er in de sector bijna één miljoen banen bij. Vanuit dit perspectief moeten er wellicht nog banen weg. (De cijfers zijn gebaseerd op de beursgenoteerde banken die goed zijn voor ongeveer 80% van de totale activa van de Europese sector.)

fig2-nn-investment

Banken zullen op zoek gaan naar meer alternatieve kredietvormen en een nauwere samenwerking met institutionele beleggers en fintech-bedrijven. Dit biedt nieuwe aantrekkelijke kansen voor beleggers of potentiële partners die misschien beperkt bijdragen aan de bedrijfsgroei of risicobeheermogelijkheden, maar zorgen voor balanscapaciteit of een efficiëntere bedrijfsvoering.

2. De politieke steun voor alternatieve kredietverlening zal toenemen

De behoefte aan financiering van de Europese economie is groter dan ooit. Steeds meer mensen lijken het gevoel te hebben dat Europa in termen van economische groei achterblijft bij de VS. Europa heeft meer dan ooit een meer gediversifieerde financieringsbron nodig.

Ik zie sterke aanwijzingen dat de belangrijke besluitvormers en beleidsmakers in Europa neigen naar meer kredietverlening via alternatieve bronnen. Door de te sterke afhankelijkheid van banken zijn we te kwetsbaar en wordt onze economische ontwikkeling beperkt. We moeten de weerbaarheid vergroten via diversificatie van de financiering van de Europese economie.

De kwetsbaarheid van Europa komt duidelijk naar voren uit de discussie over Basel IV in de afgelopen maanden. De voorgestelde regelgeving, die enkele weken geleden in Santiago is besproken, behelst onder meer een nieuwe benadering voor de bepaling van kredietrisico. De regelgeving moet worden verwerkt in de kapitaaleisen voor Europese banken (Kapitaalrichtlijn) en kan een aanzienlijke impact hebben op de economie, met inbegrip van hypothecaire leningen. Voorstellen om de kapitaalvereisten te verhogen voor portefeuilles met lagere risicowegingen, zoals hypothecaire leningen, zijn onevenredig nadelig voor Europese banken (Fitch, 2016).

Omdat het Europese banksysteem ongeveer 75% van de economie financiert, zijn de mogelijke nadelige gevolgen een stuk groter. In de VS wordt slechts 25% van de economie door banken gefinancierd. De kapitaalmarkt is voor de Amerikaanse economie veruit de belangrijkste bron van financiering en de langetermijnrisico’s op residentieel vastgoed worden gedekt door overheidsinstellingen (Fannie Mae en Freddie Mac). Dankzij deze spreiding kunnen Amerikaanse banken toe met lichtere balansen en heeft eventuele nieuwe wetgeving minder impact.

Europese banken zijn gevoeliger voor beleidswijzigingen en kunnen worden gedwongen om hun directe kredietverlening aan bedrijven en huishoudens te verminderen. Belangrijker is dat elke nadelige verandering in leencapaciteit een directe impact heeft op de economie. Europese banken willen het voorstel dan ook sterk afzwakken. Hieruit blijkt een grote kwetsbaarheid. Zoals Olivier Guersent, directeur-generaal Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten en Kapitaalmarktenunie bij de EU deze maand zei: “We moeten goed nadenken over het niveau van risico retentie (risk retention) in de securitisatiemarkt om ervoor te zorgen dat er daadwerkelijk een markt is. Wetgeving heeft geen enkele zin als er geen markt meer is.”

Dit duidt op meer steun voor initiatieven op het gebied van alternatieve kredietkanalen, de securitisatiemarkt en een kapitaalmarktunie. Er zal waarschijnlijk meer controle en dus regulering zijn om te zorgen voor consistentie en een evenrediger speelveld voor banken en niet-banken en transparantie voor beleggers ten aanzien van de risico’s die zij nemen.

3. Institutionele beleggers zullen alternatieve vastrentende producten (zoals private debt) sneller accepteren

In een klimaat met lage rendementen en veel volatiliteit blijft de zoektocht naar rendement een belangrijk thema. Voor beleggers die het illiquide karakter van de categorie kunnen en willen accepteren, is private debt een veilige haven. Deze categorie heeft een beperkte liquiditeit, is naar marktwaarde gewaardeerd en lijkt daardoor stabiel.

Institutionele beleggers (zoals verzekeraars, pensioenfondsen) zijn van nature meer geschikt om bij te dragen aan de financiering van de economie, omdat zij over veel langlopende gelden beschikken. De infrastructuur hiervoor ligt echter vooral bij de banken en de investeringen moeten worden gekanaliseerd via de kapitaalmarkt en samenwerkingsverbanden. Het aantal partnerschappen is tergend langzaam gegroeid. Er moet bij deze instellingen veel worden uitgelegd en overtuigd, ook op het niveau van de raad van commissarissen.

Tot slot moet er aandacht zijn voor de hoge rendementsverwachtingen die beleggers voor private debt-instrumenten hebben. Momenteel gaat een groot deel van de beleggingen in private debt naar het segment met het hoogste risico (zoals directe leningen met rendementsverwachtingen van 6-10%). Het potentiële universum voor private debt is echter een stuk groter dan leningen aan bedrijven met een kredietwaardigheid die onder investment grade ligt. Europese banken hebben een netto rentemarge van ongeveer 1,5% en lenen tegen een gemiddelde rente van 2,5%. De meeste traditionele bankproducten zijn relatief veilig en kunnen een uitstekend alternatief zijn voor traditionele vastrentende producten. Sommige van deze nieuwe categorieën (zoals Nederlandse hypotheken) zijn de laatste tijd zeer in trek bij institutionele beleggers en het ligt voor de hand dat er veel vergelijkbare producten bij komen.

4. Fintech: nieuwe samenwerkingen zorgen voor meer volwassenheid en meer regulering

Veel bedrijven werden gevormd met de bedoeling om een nieuw businessmodel in de financiële dienstverlening in te voeren. 2017 wordt vermoedelijk een belangrijk jaar voor Fintech, omdat bij veel van deze businessmodellen zal moeten blijken of zij in staat zullen zijn om op te schalen en te voldoen aan strengere regelgeving. De markt zal aandacht hebben voor de forse verschillen tussen deelsegmenten van fintech-bedrijven. Betalingen en blockchain-diensten zullen waarschijnlijk de sterkste ontwrichting veroorzaken en we zullen een verdergaande variatie van depositobetalingen van particuliere klanten zien.

Sommige nieuwe bedrijven zullen simpelweg geen geld meer hebben om hun businessmodel draaiende te houden. De markt zal de werkelijke waarde die “slimme algoritmen” toevoegen uittesten. Vanwege de grotere onderlinge afhankelijkheid zal een eventueel faillissement een negatieve invloed hebben op andere partijen in de sector. Fintech-bedrijven zullen het belang inzien van een gereguleerde omgeving om vertrouwen op te bouwen en hun businessmodel op te schalen. Boven een bepaalde omvang is regelgeving onvermijdelijk en helaas erg kostbaar (kosten voor systemen, KYC, compliance en risicomanagement). Risicomanagement en compliance zijn echter kerncompetenties van de banken en de daaraan verbonden kosten zijn al ingebakken.

Financiële dienstverleners zullen fintech-bedrijven niet meer als concurrenten zien, maar als mogelijke partners. Ze zullen kijken naar samenwerkingsmodellen voor wederzijds voordeel en naar in hoeverre zij innovatieve bedrijfsideeën in hun bestaande structuur kunnen inpassen. Veel financiële dienstverleners (zoals BBVA, Santander, Goldman Sachs, JP Morgan) hebben incubation centers , durfkapitaal-activiteiten en M&A-afdelingen opgericht om te kunnen inspelen op de meest interessante kansen.

Uit recent onderzoek van Roland Berger komt naar voren dat meer dan 85% van de fintech-bedrijven een sterkere samenwerking met gevestigde partijen verwacht. De belangrijkste reden die werd genoemd, was de toegang tot een sterker klantenbestand. De kracht van deze aanpak is dat bedrijfs- of productinnovatie in een gereguleerde omgeving kan worden opgeschaald, een zekere mate van comfort kan creëren en uiteindelijk kritische massa kan genereren.

GEEN REACTIES