Reactie op maatregelen AFM

0
3443

Reeds lange tijd zijn we in constructief overleg over de wenselijke regulering van crowdfunding om uiteindelijk tot een goed gereguleerde groei te komen.
Recent, 10 december jongstleden, heeft dit vanuit de AFM, geleid tot een nieuwsbrief waarin een aantal maatregelen worden afgekondigd. We zijn het eens met het feit dat er een nader toezicht wordt vormgegeven en zijn blij met de actieve rol die de AFM hierin neemt.

Helaas constateren we echter een aantal aspecten in de voorgenomen besluiten die niet gefundeerd zijn, rechtsgrond missen of niet goed doordacht zijn.

1. Verhoging investeringsgrenzen
Voor loan-based crowdfunding worden de maximaal te investeren bedragen verhoogd van de huidige € 40.000,- per persoon tot € 80.000,- per persoon. Dit lijkt fors. Echter, welke reden ligt hieraan exact ten grondslag? Indien een persoon overgaat tot het beleggen van zijn of haar vermogen in aandelen, onroerend goed of andere zaken geldt voor de omvang van deze investeringen / beleggingen geen restricties. Uiteindelijk moet een persoon zelf kunnen bepalen wat hij / zij met het vermogen doet. Wijzen op de potentiële risico’s van het gedrag van de consument is een voorwaarde. Het is aan de consument echter zelf om te bepalen of hij bereid is dat risico te lopen. Tegelijkertijd wordt de consument immers al een paar jaar geconfronteerd met een te lage rentestand waarbij hij gedwongen wordt andere opties te overwegen. Met de huidige rentestand teert de consument immers gegarandeerd in op het vermogen.

Het is ook belangrijk om te weten dat de investeringsgrens wordt opgelegd per platform. Iemand die derhalve € 80.000,- investeert op platform X en vervolgens zijn “crowdfunding” portefeuille verder wenst uit te breiden investeert gewoon door op platform Y. Dit verkleint juist de transparantie in de portefeuille van de relatie. De bescherming voor de consument via deze specifieke limitering per platform is een wassen neus.

2. Investeerders toets
AFM introduceert een investeerderstoets, iets waarvoor de crowdfundingmarkt al een paar jaar pleit. Een goede stap derhalve, maar nu de uitwerking. Hoe ziet deze toets er exact uit?

Nieuwe investeerders via crowdfunding moeten, ongeacht de specifieke investering, de investeerderstoets invullen. Bestaande investeerders via crowdfunding moeten bij het doen van een nieuwe investering deze toets ook invullen.

Indien een investeerder meer dan € 5.000,- investeert zal bij elke nieuwe investering, ongeacht omvang, minimaal de “vermogensvragen” uit de investeerderstoets moeten invullen.

Welke praktische consequenties heeft deze toets nu eigenlijk?

a. Wat te doen met een investeerder die € 3.000,- in platform X en € 3.000,- in platform Y investeert? En vervolgens een additionele investering doet van € 100,-. Formeel zou er een vermogenstoets moeten plaatsvinden, gezien de totale omvang van de investering, maar praktisch is dit niet meetbaar.

b. Iemand vanuit de eigen netwerk van de ondernemer investeert voor een bedrag van € 100,- zal een volledige toets moeten ondergaan. Dit zal ertoe leiden dat deze, zo belangrijke investeerders, wellicht afhaken. Het is van groot belang dat juist investeerders vanuit het eigen netwerk van de ondernemer investeren. Deze doen dat vaak eenmalig. Hiervoor worden dan forse drempels opgeworpen.

c. De grenzen van de toetsingen worden gesteld op € 5.000,-. Dit zijn bedragen die op zijn zachtst gezegd nogal “betuttelend” zijn. Voor elke investering die de € 5.000,- overschrijdt moet een passendheidstoets worden gedaan. Ook al bedraagt de vervolginvestering € 50,-. Je mag veronderstellen dat een ervaren crowdfunding investeerder, met veel individuele investeringen, op dergelijke aanvullende drempels niet zit te wachten. Daarbij komt, als geconstateerd is dat € 5.000,- investering passend is, dan mag men concluderen dat € 5.500,- ook passend is.

Al met al kunnen we ten aanzien van deze grenzen stellen dat de AFM te ver doorslaat in de richtlijnen. De gestelde limieten zijn belemmerend en betuttelend. De limieten voor de toetsingen missen elke vorm van grondslag en zullen ertoe leiden tot administratieve wanorde waarbij de, gemiddeld kleine, investeringsbedragen disproportioneel zwaar administratief doorwerken.

3. Vergunning / ontheffing
Crowdfunding platforms werken met een vergunning, of met een ontheffing. Het onderscheid in deze is voor de consument niet te maken. Wat zijn de voorwaarden en consequenties. Waarom kan het ene platform opvorderbaar geld aanhouden en het andere platform niet. Wat mag de consument verwachten in het kader van betrouwbaarheid en deskundigheid. De voorwaarden hieromtrent blijven onduidelijk.

In zijn algemeenheid moeten we helaas constateren dat over veel aspecten in de afgekondigde regulering nogal valt te twisten. Voor investeerders worden substantiële barrières opgeworpen, de limieten met betrekking tot de vermogenstoetsen zijn nogal discutabel en zullen eerder belemmerend dan stimulerend werken voor de crowdfundingmarkt in Nederland. We dagen de AFM uit om de afgekondigde maatregelen te heroverwegen en daar waar mogelijk aan te passen. Crowdfunding is een vorm van beleggen. In dat kader moet er meer aansluiting gevonden worden met het regime rond de advisering van beleggen. Los daarvan missen we nog een aantal relevante aspecten in de voorgenomen maatregelen;
1. Hoe wordt de continuïteit van het platform beoordeeld?
2. Op welke wijze kan een consument erop vertrouwen dat de IT kant van het platform een “proven technology” is?
3. In hoeverre zijn de aangeboden proposities op verschillende platforms gescreend?
4. Is een toetredingsvereiste voor nieuwe platforms overwogen?

Tot slot. AFM refereert aan een brainstormsessie zoals deze heeft plaatsgevonden op 9 juli jongstleden. Deze sessie heeft inderdaad destijds plaatsgevonden maar een echt inhoudelijk vervolg is hier niet op geweest. De interpretaties zoals deze zijn weergegeven in de besluitvorming van de AFM omtrent de voorgenomen wijzigingen zijn eenzijdig door de AFM opgenomen. De verschillende crowdfunding platforms zijn niet gehoord in de definitieve besluiten. Ook de branchevereniging kan zich niet vinden in de voorgenomen besluiten en ziet de maatregelen niet als stimulerend maar juist als belemmerend voor een verdere constructieve groei.

Martijn van Schelven
Geldvoorelkaar.nl

Lees hier ook het persbericht van Branchevereniging Crowdfunding Nederland

GEEN REACTIES